EEN ZEE VAN ZACHT GERUIS

Een zee van zacht geruis speelt zich af op Sri Lanka. Een jonge ingenieur komt naar Sri Lanka om een waterproject af te ronden. Dit project kon niet eerder worden afgemaakt door de burgeroorlog die uitbrak tussen Tamils en de, door Singalezen gedomineerde, Sri Lankaanse regering.

De hoofdpersoon, Peter, heeft slechts korte tijd om het boren van een aantal waterputten te begeleiden in de noordelijke Tamilgebieden, waar het Indiase leger probeert de vechtende partijen uit elkaar te houden. Peter heeft een speciale vergunning om in het strijdgebied te werken, maar deze is niet langer dan drie weken geldig. Hij wordt op zijn missie begeleid door Muttu, een Sri Lankaans ingenieur. Peter ondervindt problemen tijdens zijn werk en raakt ongewild betrokken bij het conflict tussen de Tamil Tijgers en de Singalezen. Dromen spelen een belangrijke rol in de roman; ze geven Peter inzicht in wat hem bezig houdt. Het leidt ertoe dat hij een gedicht schrijft waarin zijn gedachten worden gebundeld. Peter ontmoet een jonge vrouw, Carin, een lerares van gemengd Indiaas-Amerikaans bloed. Zij was eens begonnen met het fotograferen van Hindoetempels en processies in het noorden van het land, maar had dit moeten staken vanwege het uitbreken van de burgeroorlog. Door het project waaraan Peter werkt ziet zij mogelijkheden om haar fotoserie af te ronden. Onderweg, op terugreis naar Colombo, vindt een dramatische gebeurtenis plaats. Het gedicht van Peter speelt de slotrol in de roman. Alhoewel het waterproject en de perikelen daar omheen een rol spelen in het verhaal, zijn er andere verhaallijnen die zeker zo belangrijk zijn, zoals: